Als zzp'er betaalt niemand je loon door als je ziek wordt. De twee bekendste manieren om dat op te vangen zijn de arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) en het broodfonds. Ze worden vaak als concurrenten neergezet, maar ze dekken verschillende delen van hetzelfde risico: het broodfonds de eerste twee jaar, de AOV alles daarna.
Wat is een broodfonds?
Een broodfonds is geen verzekering maar een schenkkring: een groep van 20 tot 50 ondernemers die elkaar bij ziekte ondersteunen. Iedere deelnemer zet elke maand een vast bedrag opzij op een broodfondsrekening op eigen naam. Wordt iemand ziek, dan krijgt die van de andere leden maandelijks schenkingen om van te leven. Volgens de Belastingdienst zijn die schenkingen niet belast in box 1.
De eerste ziektemaand is voor eigen risico, en de schenkingen duren maximaal twee jaar achtereen. Er is geen medische keuring en er zijn geen controlerende artsen: het onderlinge vertrouwen vervangt de controle. Omdat de inleg op je eigen rekening staat, krijg je bij de meeste broodfondsen het opgebouwde saldo (min de gedane schenkingen) terug als je stopt.
Broodfonds: kosten op een rij
- Inleg per maand8 deelnameniveaus, eigen keuze
- €37,50 tot €125,00
- Schenking bij ziekteafhankelijk van je niveau
- €750 tot €2.500 per maand
- Contributie
- €12,50 per maand
- Inschrijfkosten, eenmaligkan afwijken bij langer bestaande broodfondsen
- €225
- Eigen risico
- eerste ziektemaand
- Maximale duur schenkingen
- 2 jaar achtereen
Wat is een AOV?
Een AOV is een verzekering bij een verzekeraar. Je betaalt premie, vaak €100 tot €250 per maand afhankelijk van leeftijd, beroep, verzekerd bedrag en wachttijd, en krijgt bij arbeidsongeschiktheid een maandelijkse uitkering, meestal tot je AOW-leeftijd. Anders dan bij een broodfonds is er een medische acceptatie en beoordeelt de verzekeraar of je arbeidsongeschikt bent. Hoe de premie is opgebouwd, staat bij AOV-kosten voor zzp'ers.
AOV of broodfonds naast elkaar
| Onderdeel | Broodfonds | AOV |
|---|
| Kosten per maand | €37,50 tot €125,00 inleg plus €12,50 contributie; de inleg blijft grotendeels van jou | Vaak €100 tot €250 premie; weg als je niet ziek wordt |
| Maximale uitkering | €2.500 per maand | Tot zo'n 80% van je inkomen, ook bij hogere inkomens |
| Uitkeringsduur | Maximaal 2 jaar achtereen | Tot je AOW-leeftijd, afhankelijk van de polis |
| Medische keuring | Geen keuring, geen controlerende artsen | Medische acceptatie; uitsluitingen of premieopslag mogelijk |
| Langdurige arbeidsongeschiktheid | Niet gedekt: na 2 jaar stopt de schenking | Gedekt: de uitkering loopt door |
| Belasting op inleg of premie | Inleg niet aftrekbaar | Premie aftrekbaar als uitgave voor inkomensvoorzieningen |
| Belasting op de uitkering | Schenkingen niet belast in box 1 | Uitkering belast als inkomen |
| Wat er met je geld gebeurt | Saldo op eigen rekening; bij vertrek krijg je het restant meestal terug | Premie is een kostenpost, je bouwt niets op |
Het gat van het broodfonds: na 2 jaar stopt het
Het broodfonds is gemaakt voor tijdelijke uitval: een burn-out, een operatie met lange revalidatie, een gebroken been. Daarvoor werkt het goed. Maar raak je blijvend arbeidsongeschikt door een chronische ziekte, een ernstig ongeluk of een versleten rug, dan stopt na twee jaar het inkomen uit je broodfonds.
De AOV heeft zijn eigen nadelen: de premie is fors, je bent het geld kwijt als je gezond blijft, en de medische acceptatie kan tot uitsluitingen of een premieopslag leiden.
Broodfonds plus AOV met 2 jaar wachttijd
Omdat ze elkaars zwakke plekken afdekken, kiezen veel zzp'ers voor de combinatie:
- Jaar 1 en 2: het broodfonds vangt je op met schenkingen tot €2.500 per maand.
- Vanaf jaar 3: een AOV met een wachttijd van 2 jaar neemt het over. Omdat de verzekeraar de eerste twee jaar niet hoeft uit te keren, is de premie fors lager dan bij een wachttijd van 1 of 3 maanden.
Zo betaal je veel minder dan voor een volledige AOV en ben je toch gedekt voor korte en lange uitval. De AOV-premie is aftrekbaar en de broodfondsinleg blijft grotendeels je eigen geld.
De combinatie past ook bij de verplichte AOV voor zelfstandigen (Wet BAZ) die eraan komt: die heeft volgens het voorstel ook een wachttijd van 2 jaar. Een broodfonds overbrugt die straks precies. Meer over de plannen staat bij verplichte AOV voor zzp'ers.
Voor wie is alleen een broodfonds te riskant?
Hoe groter de kans op langdurige uitval, hoe riskanter het is om alleen op een broodfonds te leunen. Dat geldt vooral voor fysieke beroepen: een schilder of timmerman met rug-, schouder- of knieklachten is vaak niet na anderhalf jaar weer volledig inzetbaar, maar valt blijvend deels uit. Dan stopt het broodfonds na twee jaar, terwijl het inkomen nog decennia wordt gemist.
Bij kantoorberoepen is tijdelijke uitval zoals een burn-out vaker het scenario, en dat dekt een broodfonds goed. Het risico op blijvende arbeidsongeschiktheid blijft ook daar bestaan, dus ook dan is een AOV met lange wachttijd het overwegen waard. Reken de kosten mee in je uurtarief.
Veelgestelde vragen over AOV en broodfonds
Wat kost een broodfonds per maand?
Bij een broodfonds kies je een deelnameniveau met een maandelijkse inleg tussen €37,50 en €125. Daar komt €12,50 contributie per maand bij en eenmalig €225 inschrijfkosten (bij langer bestaande broodfondsen kan dit iets afwijken). De inleg is geen premie: het geld staat op een broodfondsrekening op jouw naam. Bij de meeste broodfondsen krijg je het opgebouwde saldo (minus gedane schenkingen aan zieke leden) terug als je stopt.
Hoeveel krijg ik uit een broodfonds als ik ziek word?
De maandelijkse schenking bij ziekte hangt af van je deelnameniveau en ligt tussen €750 en €2.500 netto per maand bij volledige arbeidsongeschiktheid. De eerste maand is voor eigen risico en de schenkingen duren maximaal twee jaar achtereen. Volgens de Belastingdienst zijn de schenkingen niet belast in box 1.
Is een broodfonds genoeg als vervanging van een AOV?
Voor de meeste zzp'ers niet volledig. Een broodfonds keert maximaal twee jaar achtereen uit. Word je langdurig of blijvend arbeidsongeschikt, dan stopt de schenking na twee jaar en val je terug op je spaargeld of de bijstand. Een AOV keert juist wel uit tot je AOW-leeftijd. Een broodfonds is daarom sterk als overbrugging van de eerste twee ziektejaren, maar dekt het grootste financiële risico, langdurige uitval, niet.
Is broodfondsinleg aftrekbaar van de belasting?
Nee. De broodfondsinleg is geen verzekeringspremie maar spaargeld op je eigen rekening, en is daarom niet fiscaal aftrekbaar. Een AOV-premie is wel aftrekbaar als uitgave voor inkomensvoorziening. Daar staat tegenover dat broodfondsschenkingen niet belast zijn in box 1, terwijl een AOV-uitkering belast is als inkomen.
Kan ik broodfonds en AOV combineren?
Ja, en dit is voor veel zzp'ers de slimste route. Het broodfonds dekt de eerste twee ziektejaren, en je sluit een AOV af met een wachttijd (eigenrisicoperiode) van twee jaar voor de periode daarna. Door die lange wachttijd is de AOV-premie fors lager dan bij een wachttijd van 1 of 3 maanden, terwijl je toch verzekerd bent tegen het grootste risico: langdurige of blijvende arbeidsongeschiktheid.
Moet ik medisch gekeurd worden voor een broodfonds?
Nee. Bij een broodfonds is er geen medische keuring en zijn er bij ziekte geen controlerende artsen: het vertrouwen binnen de groep van 20 tot 50 ondernemers vervangt de controle. Dit maakt een broodfonds ook toegankelijk voor zzp'ers die vanwege hun gezondheid of leeftijd moeilijk of alleen tegen een hoge premie een AOV kunnen afsluiten.
Deze informatie is een indicatie en geen financieel advies. De broodfondsbedragen zijn die van Broodfonds.nl; AOV-bedragen zijn richtprijzen. Voor persoonlijk advies ga je naar een verzekeringsadviseur.