Voorwaarden
Je krijgt de startersaftrek als je aan alle vier deze voorwaarden voldoet.
- Je hebt recht op de zelfstandigenaftrek. Je bent ondernemer voor de inkomstenbelasting en voldoet aan het urencriterium.
- Je was in de afgelopen vijf jaar niet elk jaar ondernemer. Eén jaar zonder onderneming in die periode is genoeg.
- Je hebt de zelfstandigenaftrek in de afgelopen vijf jaar hooguit twee keer gebruikt.
- Je kwam niet geruisloos terug uit een bv. Dat geldt voor het jaar zelf en de vijf jaar ervoor. Voor de meeste zzp'ers speelt dit niet.
Je krijgt de aftrek maximaal drie keer in de eerste vijf jaar dat je ondernemer bent. Een jaar waarin je het urencriterium niet haalt, telt niet mee, want dan heb je geen recht op de zelfstandigenaftrek. Zo'n jaar schuift de drie keer dus op, zolang je binnen die eerste vijf jaar blijft.
Het urencriterium als starter
Je moet in het kalenderjaar minimaal 1.225 uur aan je onderneming besteden. Begin je op 1 juli, dan blijft dat 1.225 uur in die zes maanden; het wordt niet naar rato verlaagd. Dat maakt een start in het najaar lastig: dan haal je het eerste jaar vaak niet.
Ondernemers die al vijf jaar onafgebroken ondernemer zijn, moeten daarnaast meer tijd aan hun bedrijf besteden dan aan ander werk. Starters hoeven dat niet: was je in een van de vijf jaar ervoor geen ondernemer, dan geldt alleen de eis van 1.225 uur. Je kunt dus naast een baan starten, zolang je die uren haalt. Onderbrak je je werk door een zwangerschap, dan tellen de uren die je niet werkte over in totaal zestien weken toch mee.
Houd je uren bij. Bij een controle vraagt de Belastingdienst om een urenregistratie, en acquisitie, administratie en het maken van offertes tellen ook mee. Hoeveel daarvan je kunt factureren, reken je uit met declarabele uren berekenen.
Wat levert de startersaftrek op?
De startersaftrek verlaagt je winst met €2.123. Hoeveel belasting je daardoor minder betaalt, hangt af van je winst. Bij een lage winst valt het tegen: de heffingskortingen halen de belasting daar al grotendeels weg. Hieronder de inkomstenbelasting en Zvw-bijdrage over 2026, zonder ander inkomen, met en zonder startersaftrek.
| Winst | Zonder startersaftrek | Met startersaftrek | Je betaalt minder |
|---|---|---|---|
| €15.000 | €584 | €494 | €90 |
| €30.000 | €1.712 | €1.130 | €582 |
| €50.000 | €9.674 | €8.769 | €905 |
Bij €30.000 winst scheelt de startersaftrek je dus ongeveer €582 per jaar. Reken je eigen situatie door met de inkomstenbelasting-calculator; vink daar aan dat je starter bent.
Aftrek hoger dan je winst
De gewone zelfstandigenaftrek is nooit hoger dan je winst. Voor starters geldt die grens niet. Maak je in je eerste jaar €2.000 winst, dan mag je toch de volle €3.323 aftrekken. Het verschil wordt een fiscaal verlies. Dat verreken je eerst met ander inkomen in box 1 in hetzelfde jaar, zoals loon uit een baan, en daarna met de drie jaar ervoor en de negen jaar erna.
AOW-leeftijd
Heb je aan het begin van het kalenderjaar de AOW-leeftijd, dan krijg je de helft van de zelfstandigenaftrek. Dat geldt ook voor de startersaftrek: in 2026 is dat €1.062.
Startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid
Haal je het urencriterium niet omdat je arbeidsongeschikt bent, dan bestaat er een aparte regeling. Je krijgt een arbeidsongeschiktheidsuitkering, je hebt de AOW-leeftijd nog niet, je was in minstens een van de vijf jaar ervoor geen ondernemer en je besteedt minimaal 800 uur per jaar aan je bedrijf. De aftrek is dan:
- €12.000 als je hem in de vijf jaar ervoor niet gebruikte
- €8.000 als je hem in die jaren één keer gebruikte
- €4.000 als je hem in die jaren twee keer gebruikte
Deze aftrek is nooit hoger dan je winst. Volgens het Belastingplan 2027 verdwijnt hij per 1 januari 2029.